St. Michaelis (UNESCO-werelderfgoed)
© Hildesheim Marketing / Nina Weymann Schulz

Beknopte informatie over bouwstijlen in Nedersaksen


Aan de hand van architectonische kenmerken kunt u zien uit welke tijd het Kaiserpfalz in Goslar (Keizerlijk paleis in Goslar), het Welfenslot in Hann. Münden, Slot Herrenhausen in Hannover en andere bouwwerken in Nedersaksen afkomstig zijn − dat is helemaal niet zo moeilijk, als u de belangrijkste kenmerken van de architectonische stijltijdperken kent. In onze ‘Beknopte informatie over bouwstijlen’ maakt u aan de hand van duidelijke voorbeelden uit Nedersaksen kennis met de centrale bouwstijlen van de romaanse periode en het classicisme tot aan de moderne tijd. Beleef de gebouwen van Nedersaksen op een nieuwe manier en laat u meenemen naar een lang vervlogen tijd.

St. Michaelis (UNESCO-werelderfgoed)
© Hildesheim Marketing / Nina Weymann Schulz

Romaans (ca. 1000-1250)

De romaanse stijl wordt gekenmerkt door een massieve, eenvoudige constructie met een verdedigend karakter. De gebouwen hebben slechts enkele versieringen en zijn te herkennen aan hun ronde bogen, kleine raampjes en duidelijke geometrische vormen. Voorbeelden van bezienswaardige romaanse bouwwerken zijn de Kaiserpfalz in Goslar en de St. Michaeliskerk Hildesheim.


St. Michaeliskerk Hildesheim
Lüneburg
© Lüneburger Heide GmbH/ Christian Wyrwa

Gotiek (ca. 1250-1520)

Geribbelde gewelven, spitsbogen en filigraan maaswerk zijn typerend voor de gotiek. Hoge ramen vervangen de kleine, gedrongen romaanse ramen. Kenmerkend is de nadruk op het verticale, wat tot uiting komt in bijvoorbeeld hoge, steile torens, steunberen en trapgevels. Deze Noord-Duitse baksteengotiek kunt u bijvoorbeeld in Lüneburg bewonderen. Kerken zoals de St. Johannis- en St. Michaeliskerk Hildesheim getuigen van pure baksteengotiek. De talrijke puntgevelhuisjes dateren uit de gotiek en renaissance en ook het Oude Stadhuis heeft gotische elementen.


Oude Stadhuis Lüneburg
Blick auf Welfenschloss
© Erlebnisregion Hann. Münden e.V./ Martin Creuels

Renaissance (ca. 1500-1650)

De renaissance was gebaseerd op oude kunst; oude elementen zoals zuilen en pilasters werden nieuw leven ingeblazen. Bij de constructie werd aandacht besteed aan symmetrie en werden verticale en horizontale lijnen benadrukt. Ronde bogen, prachtige portalen en erkers zijn ook typerend voor deze tijd. In Nedersaksen vindt u de Weserrenaissance, een regionale variant. Breng bijvoorbeeld eens een bezoek aan het rattenvangerhuis in Hamelen of het Welfenslot in Hann. Münden.


Welfenslot in Hann. Münden
Kaiserworth in Goslar met de marktfontein op de voorgrond
© GOSLAR marketing gmbh / Stefan Schiefer

Barok (ca. 1650-1770)

Gebogen gevels en vormen zijn typerend voor de barok. Zo werden rechte lijnen vervangen door ronde en ovale ramen, uivormige torens en koepels. De plafonds werden versierd met veel stucwerk, waardoor een luisterrijke pracht van vormen en kleuren ontstond. Daarbij werd altijd gelet op strikte symmetrie. In het Kaiserworth in Goslar en in het Oude Stadhuis in Lüneburg vindt u barokke elementen. De late barok komt overeen met de stijl van het rococo. Deze is minder pompeus dan de barok, maar sierlijker en speelser. Een voorbeeld hiervan is Slot Richmond in Braunschweig.


Kaiserworth Goslar
Herrenhausen kasteel in Hannover
© HMTG / Isabell Adolf

Classicisme (ca. 1770-1840)

In de tijd van het classicisme werden antieke vormen overgenomen. De strikte Griekse en Romeinse ontwerpen hebben slechts enkele versieringen en zien er zuinig en sober uit. Kenmerkend zijn platte driehoekige gevels met lange rijen kolommen en de horizontale en verticale verdeling. Een voorbeeld van classicisme in Nedersaksen is Slot Herrenhausen in Hannover.


stadhuis
© HMTG/Lars Gerhardts

Historisme (ca. 1840-1900)

Historisme, ook wel bekend als Gründerzeit-architectuur, is een heropleving van vervlogen tijdperken. Er zijn zowel pure stijlkopieën als gemengde stijlen van neoromaans, neogotisch enz. Een voorbeeld van een historisch gebouw in Nedersaksen is het Nieuwe Stadhuis van Hannover.


Nieuwe Stadhuis van Hannover
Art nouveau-gevel in Braunschweig
© TourismusMarketing Niedersachsen GmbH

Jugendstil (ca. 1890-1910)

Kenmerkend voor de jugendstil zijn gebogen en organische lijnen, artistieke decors en dieren- en plantmotieven, met een neiging tot asymmetrie. Eerdere stijlen werden niet nagebootst, alles was nieuw. In die zin werden de materialen glas en staal voor het eerst op grotere schaal toegepast. In Nedersaksen is de jugendstil-architectuur vooral zichtbaar in woongebouwen en villa’s. Deze kunt u bijvoorbeeld ontdekken in steden als Hannover, Braunschweig en Osnabrück.


Fagus Werk Alfeld
© Fagus Werk Alfeld

Moderne tijd (vanaf 1900)

In de moderne tijd worden nieuwe bouwmaterialen zoals gewapend beton, glas en staal gebruikt. Er is geen decor, de focus ligt op functionaliteit. Er is aandacht voor duidelijke, geometrische vormen, zoals het geval is bij de Bauhaus-beweging. De oprichter, Walter Gropius, bouwde o.a. de Fagus-fabriek, die u in Alfeld kunt bezoeken.


Fagus-fabriek in Alfeld