TMN!, CrossMediaRedaktion | CC0

Het traditionele gerecht in Nedersaksen is een geliefde wintergroente. In geen andere deelstaat wordt meer boerenkool geteeld dan hier. Vooral in het Oldenburger Land, maar ook in het Braunschweiger Land, in de regio Mittelweser en aan de kust staat dit op het menu.  

 

Terwijl in het voorjaar de asperge uit de grond steekt, trotseert de boerenkool in de winter storm en vriesweer. Sterker nog: de eerste vorst zorgt er pas voor dat de groente suiker vormt en lekker gaat ruiken.  

Een echt superfood, dat in de groentearme wintermaanden enorm veel vitamine C, A, E, eiwit en foliumzuur biedt. Boerenkool is bovendien rijk aan mineralen zoals ijzer en calcium. 

© Verena Brandt
TMN!, CrossMediaRedaktion | CC0

In Nedersaksen is boerenkool meer dan alleen superfood, het is cultuurgoed. Uitnodigingen voor een boerenkoolmaaltijd beginnen meestal al voor het restaurantbezoek: je ontmoet elkaar met de bolderwagen voor een wandeling. Er is altijd wel een lekker drankje mee. Er worden dan ook graag spelletjes gedaan, zoals klootschieten. Daarbij gebeurt dat wat moet gebeuren: je krijgt zin in boerenkool. Dan snel het warme restaurant in. De dampende boerenkool op tafel, de heerlijk geurende worst en aardappelen erbij; zo’n winter hebben de Nedersaksen het liefst. En aansluitend nog een dansje, want veel boerenkoolevenementen eindigen niet met de laatste hap, maar pas in de vroege uurtjes op de dansvloer. 

 

 

Hoe heet het nu echt? Boerenkool? Zwarte kool of krulkool? Inderdaad heeft de kool veel namen. Tot deze ondersoort van de koolgroente behoren meer dan 20 soorten. Sommige zijn hoger dan twee meter en herinnerden de Friezen ooit aan palmen, vandaar de soortnaam ‘de Friese Palm’. Andere dragen bruinpaarse bladeren en worden zwarte kool genoemd. Maar welke naam het ook heeft: boerenkool hoort bij Nedersaksen als het paard in het wapen.